IRI top 10
Meerdere malen
heb ik mij in stukjes negatief uitgelaten over
tegenstanders. Ik riep dan dat we blij waren als ze
het park weer af waren en dergelijke. Is
competitietennis dan nog wel leuk? Het antwoord daar
op is: Ja!, wel degelijk, misschien wel juist
daarom. Tennis is toch ook een uitlaatklep.
Maar is het echt
zo erg met die tennissers? Ik heb de meest irritante
types hieronder beschreven. Wellicht herkent u ze,
wellicht herkent u uzelf.
1. De
puntenpikker
Dit is een man
met bril voorzien van matwitte glazen. Door dit
gecreëerde selectieve zicht kan hij, zonder dat men
hem hiervoor opzet kan verwijten, de lijnen
tijdelijk ter rechterzijde, ter linkerzijde, ter
voor- of achterzijde van de daadwerkelijke
coördinaten plaatsen. Heel overtuigend doch
onterecht zal hij vervolgens;
" in! " dan wel naar believen " uit! ", roepen. Het
kwalijke zit hem hierin dat veel spelers dit zonder
de bewuste bril kunnen.
2. De tennisser
Hij zegt
ternauwernood zijn naam bij het voorstellen. Bij de
koffie hoor je hem verder niet. Hij kijkt slechts
schattend naar de klok. Na de door hem gemakkelijk
gewonnen potjes, heeft hij nog immer geen tekst.
Veelal is hij met de eigen auto en ziet in de
verjaardag van zijn schoonmoeder, de volgende dag,
het ideale excuus om er weer eens vandoor te gaan.
Met zijn maten rekent hij 2 euro 45 af, te weten
zijn AA’tje, cola-light en zijn zakje Hamka’s.
Hierbij hanteert hij de prijzen die hij uit zijn
hoofd kent van de eigen kantine.
3. Dit brengt
ons bij de krent
De krent zit tot
het laatst in de kantine met wat overgebleven
spelers. De gezamenlijke rekening is al betaald. Hij
praat nu erg veel en doet heel gezellig. Hij is erg
bedreven in: Ik kan even niets halen, zit juist
enorm in het midden van een verhaal. Om het gelul
niet constant te horen, ben je al drie keer naar het
toilet geweest. Uiteindelijk, geef jij je gewonnen
en vraagt: “Wil er iemand nog wat drinken?”.De krent
weet zich ineens uit zijn wereldreddende discussie
te trekken en zegt: “Nog één laatste dan”. Sterke
kerel die hem dan vraagt deze te halen…
* Een speciale
krent is de nog-immer-niet-golfer (te duur). Hij
bralt beurs- en bedrijfsberichten, het liefst in het
Engels als ware het nog anno 1985.
4. Het
aanstormende talent
Dit is een
beginnende tennisser met aanleg. Hij slaat
natuurlijke slagen en haalt onmogelijke ballen door
inzet. Echter, ballen die overkomen van een andere
baan slaat hij achteloos dwars door een rally heen
terug. Regelmatig wil hij aan de verkeerde kant
ontvangen of serveren. Wat een tiebreak is, moet u
hem van A tot Z uitleggen. Deze gaat voor u daarna
wel kansloos verloren.
Achteraf concludeert deze
bloed-onder-den-nagels-vandaan-halende anfänger dat
“u” wel erg veel fouten maakte. Hij stopt zijn enige
racket terug in zijn rugtas die hij vervolgens
omdoet. Naar de kantine toe loop je voor lul naast
deze huppelende, zijn steel bij wijze van veer
dragende, indiaan. Hij weet niet dat hij geacht
wordt iets te drinken voor u te kopen.
Bedenk wel: het
hele voorval houdt feitelijk niets meer in dan dat
je te vroeg tegenover hem stond. Als een trainer hem
les gaat geven, en één keer tegen hem zegt: “Probeer
het eens door je racket zo vast te houden”, is het
natuurlijke er spontaan vanaf. De man gaat
twijfelen. Hierdoor loopt hij tegen nederlagen aan
en gaat hij nadenken. Dit is fase twee van de
terugval die 99,5% van de tennissers meemaakt. Hij
heeft nu uw niveau bereikt. Nog een potje spelen?
5. De
niet-tennisser
De
niet-tennisser zit voor de gezelligheid in een team.
Zijn grootste moment van de dag breekt aan bij de
onthulling van het gebak. Tada. Hij koestert die ene
game die hem, door jouw 4 successievelijk geslagen
dubbele fouten, ten deel is gevallen. Met zichzelf
heeft hij een weddenschap gesloten dat de
teamschotel vlammetjes bevat.
6. De
archivaris
Deze olifant
weet alles nog maar kan geen onderscheid maken
tussen een interessant- en een lulverhaal. Zo weet
hij zich te herinneren hoe hij in 1972 een set
achter stond tegen een kerel die 2x zo breed en 3x
zo lang was en de partij alsnog bijna won.
7. De
schuldgever
Deze tennisser
wijt zijn teleurstellende performance aan alles
behalve aan de tegenstand die hij kreeg. Het kwam
door de wind, de zon, de baan, zijn vergeten banaan
of een ontstoken navelpiercing. Jij had er in ieder
geval niets mee van doen. Normaal gesproken had hij
zeker van je gewonnen.
Ik stel daarentegen: alleen een ontbrekende
bespanning mag enigszins een excuus vormen.
8. De
pseudo-psycholoog
Omdat Agassi dat
eens deed in de halve finale van Wimbledon (en het
werkte), neemt hij bij een achterstand een plaspauze
van een half uur. Dit is de extreme variant. Vaker
komt voor de man die: “Wacht even”, roept bij uw
tweede service, om een bal die zeker drie centimeter
van het hek ligt, er nu helemaal tegenaan te leggen.
Grrr.
Hij roept: “shit”, bij een matige bal van zijn kant
waardoor u deze ineens aanziet voor erg gemakkelijk.
Nog voor het snoeiharde raken ervan weet u het al.
De bal zal zonder te stuiten als verse patat door
het hek gaan.
9. De dipper
Deze man zal na
zijn verloren pot ook zijn tweede racket op het
gravel kapot slaan en ze daarna beiden in een, van
alle gevoel voor proporties verloren hebbend gebaar,
in het Amsterdam-Rijnkanaal flikkeren. Slechts zijn
bloedjes van kinderen weerhouden hem ervan er zelf
achteraan te springen. De gedachte aan zijn vrouw
doet hem aan dat laatste overigens weer twijfelen.
10. De happy
Deze gozer is zo
blij en uitgelaten dat je alsnog zelf in een dip
terecht komt. Opgewonden en over-enthousiast vertelt
hij aan een ieder die het horen wil dat hij gewonnen
heeft. Hij wijst daarbij steeds naar jou. Hij had
nog nooit van iemand gewonnen maar nu wel van jou.
En veel mensen dat ie kent!
Hoewel jij bere-sportief bent, krijg je een
ontegenzeggelijke terugval, zo erg dat je zonder
verder na te denken naar de brug rent en springt.
Eenmaal beneden blijk je niet onder te gaan. Je
staat... op een stapel kapotte rackets.
Als je dit nou
leest, zeg dan eens eerlijk. Hoe groot is dan de
kans dat je vier (net als jullie) normale,
sportieve, gezellige gasten als tegenstander krijgt?
Dat mag gevoeglijk uitgesloten worden geacht
gewerden geworden. Toch?
was getekend;
Hein de Kamper,
beetje nr. 7 en men zegt ook wel eens nr. 1 (niet
brildragend)
|